Behandeling van IgE gemedieerde allergie voor huistofmijten:
bij de overgang van rhinitis naar astma symptomen,
indien de symptomen grotendeels veroorzaakt worden door aantoonbaar specifiek IgE tegen de huisstofmijten, en
er gedurende langere tijd een dagelijkse behoefte bestaat aan geneesmiddelen, met inachtneming van het volgende:
Bij astma ten gevolge van huisstofmijtenallergie bestaat indicatie alleen als met de voorgeschreven medicatie de astma symptomen niet afdoende bestreden kunnen worden.
Bij rhinoconjunctivitis dient eerst evaluatie plaats te hebben van ernst en frequentie van klachten.
Afhankelijk hiervan kan eventueel tot behandeling met een specifiek allergeenpreparaat (hyposensibilisatie) besloten worden, indien de patiënt niet adequaat reageert op de medicatie.
Gebruik
Dosering
De hyposensibilisatie wordt uitgevoerd in twee fasen:
INSTELFASE
Startdosis: 0,05 ml.
Vervolgens: wekelijkse dosisverhoging (afhankelijk van de tolerantie).
Zie het aanbevolen doseringsschema in de bijsluiter.
Het interval tussen 2 injecties: max. 14 dagen.
Max. aanbevolen dosis: 0,5 ml.
ONDERHOUDSFASE
Bij voorkeur: 0,5 ml, 1 x per maand.
Uitzondering: hoogst verdraagbare dosis < 0,5 ml: deze dosis voortzetten.
Behandelingsduur: 3 tot 5 jaar voortgezet (maandelijkse injecties).
Dosisaanpassingen (dosisreductie) zijn aangewezen in geval van reacties op voorgaande injecties (ernstige lokale reacties of milde systemische reacties tijdens de instelfase of tijdens de onderhoudsfase), eveneens in geval van intervaloverschrijding.
Toedieningswijze
Een langzame, diep subcutane injectie (aan de buitenkant van de bovenarmen).
Als er parallel een behandeling wordt uitgevoerd met twee preparaten op dezelfde dag: neem een interval van tenminste 30 minuten tussen de twee injecties in acht.
Interval tussen injecties van hetzelfde extract: min. 7 dagen.