Hartmann wordt gebruikt:
 voor de behandeling van waterverlies uit het lichaam en verlies van chemicaliën (bijvoorbeeld als gevolg van hevig zweten of nierfunctiestoornissen).
ï‚· om u te behandelen in geval van hypovolemie (laag bloedvolume in de bloedvaten) of hypotensie (lage bloeddruk).
ï‚· bij metabole acidose (verzuring van het bloed).
Hartmann wordt door een arts of verpleegkundige toegediend. Uw arts beslist hoeveel u nodig heeft en wanneer het aan u toegediend wordt, wat afhankelijk is van uw leeftijd, gewicht, toestand en de reden voor behandeling. De dosering kan ook afhankelijk zijn van andere gelijktijdige behandelingen.
Hartmann mag NIET worden toegediend als de oplossing deeltjes bevat of de zak op een of andere manier beschadigd is.
Hartmann wordt doorgaans in een ader toegediend via een plastic slangetje dat bevestigd is aan een naald. Meestal wordt een ader in uw arm gebruikt om de oplossing voor infusie toe dienen. Het is echter mogelijk dat uw arts beslist u het medicijn te geven via een andere toedieningsweg.
Vóór en tijdens de infusie zal uw arts de volgende zaken opvolgen:
 volume lichaamsvocht  de zuurgraad van uw bloed en urine  de hoeveelheid elektrolyten in uw lichaam (voornamelijk natrium, bij patiënten met hoge waarden van het hormoon vasopressine of bij patiënten die andere medicijnen nemen die de werking van vasopressine verhogen).
Niet-gebruikte oplossing moet worden vernietigd. Hartmann mag NIET worden toegediend uit een gedeeltelijk gebruikte zak.
De werkzame stoffen in dit medicijn zijn:
ï‚§ natriumchloride: 6,00 g per liter.
ï‚§ kaliumchloride: 0,40 g per liter.
ï‚§ calciumchloridedihydraat: 0,27 g per liter.
ï‚§ natriumlactaat: 3,20 g per liter.
ï‚· Het enige andere bestanddeel in dit medicijn is water voor injecties.
U mag Hartmann NIET toegediend krijgen als u lijdt aan een van de volgende aandoeningen
 u bent een pasgeborene (minder dan 28 dagen oud) en krijgt ceftriaxon (een antibioticum);  u bent allergisch voor natriumlactaat of voor een van de stoffen in dit medicijn. Deze stoffen kunt u vinden in rubriek 6 van deze bijsluiter;  extracellulaire hyperhydratie (in de ruimten rond de lichaamscellen bevindt er zich te veel vocht);  hypervolemie (hoger bloedvolume in de bloedvaten dan normaal);  ernstig nierfalen (uw nieren werken niet goed en u heeft dialyse nodig);  niet-gecompenseerde hartinsufficiëntie, d.w.z. hartfalen dat niet voldoende behandeld is en verschijnselen veroorzaakt zoals:
ï‚§ kortademigheid; ï‚§ opzwellen van enkels.
 hyperkaliëmie (een te hoog kaliumgehalte in het bloed);  hypercalciëmie (een te hoog calciumgehalte in het bloed);  metabole alkalose (aandoening waarbij het bloed te alkalisch wordt);  ascitescirrose (leveraandoening die leidt tot vochtophoping in de buik);  ernstige metabole acidose (uw bloed is te zuur, wat levensgevaarlijk is);  lactaatacidose (bepaalde vorm van metabole acidose);  ernstige leveraandoening (de lever werkt niet goed en een zeer intensieve behandeling is vereist);  zwak lactaatmetabolisme (dit treedt op bij een ernstige leveraandoening omdat lactaat verwijderd wordt door de lever);  als u hartglycosiden (cardiotonica) gebruikt zoals digitalis of digoxine voor de behandeling van
| Leverancier | BAXTER |
|---|---|
| Verpakkingseenheid | ml |
| Verpakkingshoeveelheid | 1 |